Craniosacraal therapie

Therapeut en beroepsgroep worden veroordeeld

Onderstaande klacht is volledig genegeerd door de beroepsgroep craniosacraal.

 

 

Hiermee wordt duidelijk dat tuchtrecht een farce is binnen craniosacraal therapie. Het bestuur van de beroepsgroep bepaalt of een klacht wel of niet in behandeling wordt genomen. Men had blijkbaar bij de eerdere klacht verwacht sterker te zijn dan verweerster.

Na uitspraak van het college van Beroep worden klachten genegeerd. Zonder zelfs te voldoen aan het reglement dat voorschrijft dat bepaald wordt of een klacht wel of niet in behandeling wordt genomen. Dit dient medegedeeld te worden aan klager.

Het negeren van deze klacht is zeer kwalijk. Het betreft immers aantoonbare grensoverschrijding en het geven van een valse verklaring tijdens de zitting van het College van Beroep.

Deze casus leert dat het zeer onterecht is dat de inspectie voor de gezondheidszorg de alternatieve zorg zelf de kwaliteit laar reguleren en beoordelen.

Hieronder kunt u de inhoud van de ingediende klacht lezen.

Hierbij dien ik een klacht in tegen mevrouw A, craniosacraal therapeut, docent Upledgerinstituut Nederland, en mevrouw B, directeur Upledgerinstituut Nederland en cranio sacraal therapeut, wegens het afgeven van een onjuiste misleidende verklaring aan het College van Beroep tijdens de zitting van dit College dd. 15 juni 2015 en het faciliteren van het buiten de competentiegrenzen treden van de cranosacraaltherapeut middels de nascholingscursus trauma I en II.

De onjuiste verklaring heeft zwaar meegewogen in het eindoordeel van het College van Beroep omdat deze verklaring werd gezien als het bewijs van het voortschrijdend inzicht dat cranio sacraal therapeuten buiten de competentiegrenzen treden indien zware trauma’s, waar vroegkinderlijke chronische traumatisering onder valt, zonder leidende back-up van psychiaters of psychotherapeuten uitgevoerd wordt. Voorgeschiedenis die tot deze klacht heeft geleid.Naar aanleiding van de uitspraak van uw Tuchtcollege van 6 november 2014 jl. ben ik in hoger beroep gegaan.

Op 15 juni jl. vond de zitting plaats van het College van Beroep. Mevrouw Awas hierbij aanwezig als verweerster en mevrouw B als haar collega, vriendin en supervisor. Tijdens de zitting van het College van Beroep is door mevrouw A en mevrouw B verklaard dat ze van mijn casus geleerd hebben en dat cranio sacraal therapeuten alleen lichte trauma’s behandelen. Zij stelden nadrukkelijk dat dit ook al wordt uitgedragen in de traumamodule die door beide gegeven wordt.

In de uitspraak van het College van Beroep is hierover het volgende opgenomen:

“A onthoudt zich voortaan van het behandelen van patiënten met zware trauma’s en draagt binnen haar beroepsgroep uit dat dit de competentie van cranio sacraal therapeuten te boven gaat.

Het kan niet zo zijn dat zware vroegkinderlijke trauma’s worden behandeld zonder de leidende back-up van deskundigen, zoals psychiaters en psychotherapeuten.

A heeft ter zitting verklaard dat zij deze les voor zichzelf ook heeft getrokken. Van het mede behandelen van dit soort problematiek zal zij zich in de verdere toekomst onthouden en haar ervaring brengt zij in bij de leden van haar beroepsvereniging, onder meer tijdens cursussen waarbij zij als mededocente optreedt.”

De volledige uitspraak  van het College van Beroep heb ik bijgevoegd in bijlage 1.

Er wordt uiteraard niets gezegd over mevrouw B want deze zitting betrof de klacht tegen mevrouw A. De verklaring van het alleen behandelen van lichte trauma’s komt niet letterlijk terug in de uitspraak maar is wel afgegeven. De uitspraak is gehoord en opgetekend door de leden van het College van Beroep, door mijn vriendin mevrouw Nieuwenhuizen, door de aanwezige journalist van de Gelderlander en mijzelf.

Ik heb na afloop van de bijscholing trauma II en na ontvangst van de uitspraak van het College van Beroep 38 therapeuten aangeschreven. Ik heb mezelf gepresenteerd als zijnde patiënt met een verleden van seksueel misbruik en emotionele mishandeling en gediagnosticeerd met (C)PTSS door de GGZ.

Dit kan objectief niet aangemerkt worden als een “licht trauma”.

34 therapeuten hebben mij geantwoord dat ze mij in behandeling willen nemen. Meerdere therapeuten hebben expliciet vermeld dat ze de nascholing “Trauma” hebben gevolgd van mevrouw A en nu “nog meer tools in handen hebben”, “nog beter in staat zijn” om mijn problematiek te behandelen.

Hiermee kan zonder meer geconcludeerd worden dat mevrouw A en mevrouw B bewust het College van Beroep hebben voorgelogen. Ik vind dat bijzonder kwalijk. Het geeft aan dat er niets geleerd is. De overschrijding van de competentiegrenzen gaat gewoon door. Het koste wat kost alles kunnen behandelen en het op de kaart zetten van de cranio sacraal therapeut als “deskundige op het gebied van psychotherapie” zelfs waar het zware trauma’s aangaat, gaat boven het inzicht en de ervaring dat men schade kan toebrengen. Het College van Beroep is niet voor niets tot de conclusie gekomen dat zware trauma’s de competentie van cranio sacraal therapeuten te boven gaat.

Ik wil opnieuw wijzen op het schrijven van prof. Dr. Van der Hart aan de beroepsgroep RCN ten aanzien van de psychotherapeutische begrippen als overdracht, tegenoverdracht en projectieve identificatie. Dit schrijven heb ik bijgevoegd in bijlage 2.

Ik heb mij in mijn vorige klacht door uw tuchtcollege nogal als lastige, dwingende patiënt veroordeeld gevoeld. U als tuchtcollege heeft onvoldoende corrigerend opgetreden wat door het College van Beroep is rechtgezet. Mevrouw A is niet ten onder gegaan aan zelfopoffering maar aan onbehandelde verregaande angstige, minderwaardige en depressieve gevoelens. Dit is onderstreept door mevrouw B die heeft verklaard tijdens de zitting van het College van beroep dat ze oprecht bang was dat mevrouw A “tegen een boom” zou rijden. Dit verdient compassie maar ook een kritisch kijken naar competenties. Volgens mijn informatie is mevrouw A niet in therapie gegaan maar heeft ze een tweedaagse cursus EFT gevolgd waarmee ze zich vervolgens presenteert op haar website en Linkendin profiel als EFT therapeut die patiënten met angsten kan helpen volgens de EFT methode.

Mevrouw A vindt zichzelf deskundig genoeg om cranio sacraal therapeuten op te leiden tot traumatherapeut die overdracht en tegenoverdracht en projectieve identificatie kan toepassen in de cranio sacrale psychotherapie. Zonder enige terughoudendheid.

De scholing tijdens de opleiding aan het Upledgerinstituut ten aanzien van psychotherapie is minimaal. Mevrouw A heeft geen aanvullende opleiding gevolgd. Naar mijn informatie geldt dit ook voor B.

Er zijn ook binnen de complementaire sector opleidingen die zich toeleggen op psychotherapie. Het kan toch niet zo zijn dat, onder de vlag van fysiotherapie en cranio sacraal therapie, verregaande deskundigheid geclaimd wordt ten aanzien van psychotherapie met louter zelfstudie.

Ik verzoek het tuchtcollege om de corrigerende rol te vervullen waarvoor een tuchtcollege wordt aangesteld en hier een uitspraak over te doen.

Voordat ik ben overgegaan tot het indienen van deze klacht heb ik mevrouw Aen mevrouw B schriftelijk benaderd alsmede het bestuur RCN. Geen enkele reactie. Ik reageer opnieuw vanuit oprechte bezorgdheid ten aanzien van competentie-overschrijding en vanuit de ervaring dat de patiënt en de beroepscode zeker niet centraal staan binnen de beroepsgroep.

RCN presenteert zich als een beroepsvereniging waarbij de leden zich conformeren aan het reglement en de beroepscode die is opgesteld door de eigen beroepsgroep. Het reglement Ethiek en Beroepscode heeft een duidelijke passage over misleiding. Deze beroepscode is notabene mede opgesteld door deze twee therapeuten.

Ik ga ervanuit dat de klacht en tuchtregeling gedragen wordt door de leden van RCN. Indien je het als lid van het RCN geoorloofd vind om te liegen teneinde de strafmaat te beïnvloeden dan is de waarde van dit corrigerende instituut nihil. Je erkent dan als cranio sacraal therapeut niet eens de status van het College van Beroep. De uitspraak dat het behandelen van vroegkinderlijke trauma’s de competentie van de craniosacraal therapeut overschrijdt wordt volledig genegeerd.

Ik verzoek het tuchtcollege om mee te laten wegen dat mevrouw A ook tijdens de behandeling van het Tuchtcollege RCN en het College van Beroep inzake mijn klachten ten aanzien van de zeer schadelijke wijze van beëindigen op verschillende punten doelbewust heeft gelogen en dit anderhalf jaar heeft volgehouden.

Ik verzoek het Tuchtcollege mee te laten wegen dat mevrouw B  directeur is van het Upledgerinstituut en in die positie eindverantwoordelijk is voor hetgeen tijdens nascholingen wordt uitgedragen.

De jurisprudentie die ik heb kunnen vinden waarbij het tuchtcollege tijdens de zitting ontdekt dat er onjuiste beweringen worden gedaan worden zoals onderstaand of in woorden van gelijke strekking beoordeeld.

“De omstandigheid dat verweerder tegen beter weten in heeft getracht

zowel klager als het college op het verkeerde been te zetten door te

volharden in apert onjuiste beweringen wijst op een gebrek aan kritische

zelfreflectie bij de beoordeling van de onderhavige klacht en op

een geringe bereidheid zijn handelen te laten toetsen”.

Bron: 11 SEPTEMBER 2014 | MEDISCH CONTACT

Ik hoop dat het optreden van uw tuchtcollege professioneler en zorgvuldiger zal zijn dan in mijn vorige klachtprocedure. Het College van Beroep heeft immers het volgende besloten:
Al het voorgaande leidt tot de conclusie dat de klacht in al haar onderdelen gegrond is. Dit brengt met zich mee dat de uitspraak van 6 november 2014 van het tuchtcollege geen stand kan houden en zal worden vernietigd”. Ter volledigheid heb ik mijn klacht aan het College van Beroep bijgevoegd in bijlage 5. Hierin staat wat mijn bezwaren waren ten aanzien van uw Tuchtcollege.